Wandeling 2.

2.5 Km

Een rondwandling vanuit Alligny.



De brug van Alligny.
De brug over de rivier Ternin (eens genaamd de Tarraine) is geopend op 14 oktober 1833. Het is geplaatst op de weg D 516 van Alligny-en-Morvan naar Pierre Ecrite, geconstureerd in grote vierkante granieten stenen met een boog en een “parapet”. De constructie kent drie bogen. De structuur lijkt op de 18de eeuwse kleine dimensie brug. In 1833 was er een ernstige overstroming en menig bewoner moest uit zijn huis worden geevacueerd voor enkele dagen omdat het water de laaggelegen huizen binnendrong en steeg tot aan de voet van de begraafplaats rond de kerk.

Het kruis ten westen van de brug in Alligny (kalksteen, 4,32m hoog).
Dit kruis werd geplaatst in het begin van de vorige eeuw. Het is van de 18e eeuw en heeft de volgende inscriptie: "Cette croix a été érigée, à l'honneur de la mort et passion de nostre seigneur Jesus-Christ par Messire Claude Quarré Chevalier Comte d'Alligny officier au regiment de la Chene Laye, son frère, le 26 mars 1725." Het familiewapen van de Quarré was: "échiquetté d'azur et d'argent de six traits, au chef d'or chargé d'un lion passant, léopardé de sable armé de même et lampassé de gueule", met het gezegde "Quadrati semper aequales undique-recti". Het kruis is gebroken in de Revolutie, M. Pillien, de dominee van de gemeenschap, heeft het kruis gerepareerd in 1825.

Le "travail".
Le "travail" is een houten kooi die gebruikt werd om grote dieren in te houden (vee, ezels, paarden,...) terwijl ze nieuwe hoefijzers of een behandeling kregen. Een systeem met touwen en riemen werd gebruikt om het beest vast te zetten in de gewenste positie. De ijzersmid die de hoefijzers plaatste verzorgde ook de hoeven van het vee.

Een plakkaat ter herinnering van de schrijver Jean Genêt (1993) (tegenover de bibliotheek).
Schrijver Jean Genêt, was een weeskind die zijn kinderjaren doorbracht bij pleegouders in Alligny-en-Morvan. Het plakkaat dat aan het huis is aangebracht, is in 1993 door de toenmalige president M. François Mitterrand onthuld en bevat de tekst “ik ben opgevoed door boeren in de Moran”. Pleegouders in de Morvan heetten de arme en verlaten kinderen in de zorg van de staat welkom en noemden hen "Les petits Paris".

Het kasteel van Alligny (rechts van de weg naar Jarnoy).
Gedurende de feodaliteit kende Alligny zijn edelen. Baronnen in het begin, tot zij in 1676 tot Graaf werden gepromoveerd door Pierre Quarré, bijgenaamd ‘de dappere uit Alligny’ door Lodewijk de 14de vanwege zijn dappere gedrag bij Maastricht en Valenciennes. Zij hadden drie verblijven: de toren van Alligny, de toren van Ocle en het huidige kasteel, dat dateert uit de 15de eeuw. In de 17de eeuw besloeg het twee barakken en zes torens, herbouwd nadat het volledig was afgebroken in opdracht van Hendrik de 4de. De heren van Alligny spraken het hoger, middel en lager recht en hadden de bevoegdheid mensen op te hangen: dit is een relatieve zeldzaamheid. De huidige staat van het gebouw doet geen recht aan zijn roemrijke verleden.

Wasplaatsen en bronnen.
Daar de Morvan een overvloed aan water heeft, kent het vele bronnen, putten, stroompjes en natuurlijk ook wasplaatsen. Sommige bronnen hadden, volgens populaire traditie, specifieke heilzame werking: sommige konden koorts genezen, anderen de vruchtbaarheid bevorderen. Er werden pilgrimages georganiseerd naar de bron van Saint Hilaire en de kapel van de ooien, opgedragen aan Saint Franchy. De wasplaatsen dienden als sociale ontmoetingsplek voor de vrouwen. Dit was een zware taak voor hen, met name in de strenge winters. Hier werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld.

Het station van Alligny.
Op 4 augustus 1901 is de Corbigny-Orroux spoorlijn geopend, en werd uitgebreid tot Alligny op 2 december van dat jaar. De spoorlijn werd geexploiterd door de Compagnie des Chemins de Fer uit la Nièvre. In 1902 werd dit overgenomen door La Société générale des chemins de fer économiques. In juli 1903 is de lijn tussen Alligny en Saulieu geopend. Deze lijn was bestemd voor een grote en belangrijke regio, en moest met twee andere belangrijke lijnen kruisen, waarmee er steeds meer verkeer kwam voor de stations van Corbigny en Saulieu. Dit project begon in 1883 en heeft een lange procedure doorlopen bij de conseil general notaniment. In 1897 aanvaarde het parlement een wetsvoorstel van de regering waarin het publieke gebruik van de spoorweg Corbigny naar Saulieu werd aangekondigd (in een “guage” van 1m). De voorgenomen gebouwen: een stationsgebouw van 9m bij 8m, met op de begaande grond een keuken, een wachtkamer, een distributiekantoor voor de treinbiljetten en een baggage kantoor, en op de eerste verdieping een bescheiden maar ruime leefruimte voor de stationschef. Een wachtkamer en een kleine zijkamer voor de lampen. Een overdekte goederenmarkt van 6m bij 5m. Een smal perron van 20m tot 40m lang. De laaste reis van de spoorlijn vond plaats op 15 maart 1939, daar het wegtransport te veel concurrentie bood.

De voormalige pastorie (tegenover de begraafplaats links op de weg naar het gehucht La Crémaine).
In de 16de eeuw, besloten de priesters, die aan de genade van de oorlogstroepen waren overgeleverd, een pastorie te bouwen nabij het feodale kasteel. Zij bleven daar tot het begin van de 20ste eeuw, de tijd waarin de staat van de kerk werd gescheiden. De stad heeft het gebouw verkocht in 1910.

De huidige pastorie (ten noorden van de kerk).
In 1836, besloot Mme de Serent, de eigenaresse van het kasteel van Alligny, om een instelling in het leven te roepen met drie nonnen die het onderwijs aan meisjes en de verzorging van zieken zouden verzorgen. Het werk begon in 1844 en draaide op volle toeren in 1847. Als gevolg van de wet op religieuze instellingen is het gesloten in 1902.

Het oorlogsmonument.
Verrezen in het begin van 1920, bestaat uit twee pilaren die het spiegelbeeld zijn van diegene die bij de west ingang van de kerk staan: ze komen van het kasteel van Champeau.

De kerk van St. Hilaire.
Verrezen in de 15de eeuw op de fundamenten van een herenkapel uit de 12de eeuw, is de kerk van St Hilaire gebouwd in de stijl van de Romeinse architectuur met een centrale klokkentoren. Vele aanpassingen zijn uitgevoerd in de laatse twee eeuwen, maar het is van 1960 tot 1980 dat het interieur radicaal gewijzigd is, om de functie van de kerk te verbeteren. Deze aanpassingen zijn het werk geweest van locale handwerkslieden (tympaan van geslagen koper en het doopvont...)”


GiteRental Homepage.  The gîte at Reglois.  The gîte at Palaizot.  The gîte at Valouze.  The Morvan Homepage.