Wandeling 3.

8.5 Km.

Alligny - Jarnoy - La Cremaine - Pas de diable - La Place - Alligny.



Het kasteel van Alligny.
Gedurende de feodaliteit kende Alligny zijn edelen. Baronnen in het begin, tot zij in 1676 tot Graaf werden gepromoveerd door Pierre Quarré, bijgenaamd ‘ de dappere uit Alligny’ door Lodewijk de 14de vanwege zij dappere gedrag bij Maastricht en Valenciennes. Zij hadden drie verblijven: de toren van Alligny, de toren van Ocle en het huidige kasteel. Zijn bestaan dateert uit de 15de eeuw. In de 17de eeuw besloeg het twee barakken en zes torens, herbouwd nadat het volledig was afgebroken op order van Hendrik de 4de. De Edelen van Alligny spraken het hoger, middel en lager recht en hadden de bevoegdheid om mensen op te hangen: hetgeen vrij zeldzaam was. De huidige staat van het gebouw doet geen recht aan zijn roemrijke verleden.

La Champagne.
De eigenaar van het kasteel in Alligny had twee zonen en nam zich voor om voor elk een eigen kasteel na te laten. Het is hier waar de oude overdekte markten van Alligny zijn gebouwd en dat er braderien werden gehouden.

Wasplaatsen en bronnen.
Daar de Morvan een overvloed aan water heeft, kent het vele bronnen, putten, stroompjes en natuurlijk ook wasplaatsen. Sommige bronnen hadden, volgens populaire traditie, heilzame werking: sommige konden koorts genezen, anderen de vruchtbaarheid bevorderen. Er werden pilgrimages georganiseerd naar de bron van Saint Hilaire en de kapel van de ooien, opgedragen aan Saint Franchy. De wasplaatsen dienden als sociale ontmoetingsplek voor de vrouwen. Dit was een zware taak voor hen, met name in de strenge winters. Hier werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld.

Jarnoy.
Een gehucht ooit vermaard voor zijn kleine smakelijke kolen.

La Cremaine.
Een omringende muur gevormd door vroegere afzettingen en een toren in het gehucht is, volgens sommige schrijvers, de plaats waar het eerste onderkomen van de edelen in de regio was gevestigd. Langs het pad zijn sommige heggen ‘gelaagd’ met twijgen en takken van bomen die gevlochten zijn om zo een efficiente haag te vormen om dieren te weren in de tijd dat prikkeldraad nog niet bestond.

Het voetspoor van de duivel.
Bij het stroompje in het weiland is een blok graniet met een afdruk van een voetstap die is toegeschreven aan de duivel. Het is echter redelijker om je gewoon te verwonderen over het effect dat de langzame corrosie heeft teweeggebracht op het stuk graniet.

Oude mijn.
Ontdekt in 1640 door de heer van Alligny, Gaspard Quarré, is onmiddelijk begonnen met de exploitatie van de mineralen, en vervolgens weer gestaakt omdat het niet rendabel bleek. Andere werkzaamheden volgde in de 18e en 19e eeuw. Het was pas in 1909-1910 dat de industriele exploitatie van de mijn begon. In 1913 bood de mijn werk aan 40 mijnwerkers. Twee mijnschachten bevatten rijk mineraal materiaal zoals galena (75 lood),en argentiferous (200 gram zilver per ton). Omstreeks 1928-1929 waren er meer dan 100 mijnwerkers van diverse afkomst werkzaam in de mijn (uit de Morvan, Polen, Yugoslavie, Italie, Spanje, Marokko) die meer dan 3 ton lood per dag aan de mijn onttrokken. De gevaarlijke werkomstandigheden en financiele overwegingen vormden de aanleiding om de mijn in 1930 te sluiten.

De toren van Ocle..
In de middeleeuwen besloten de heren van Alligny hun fort te vestigen op een heuvel in de wateren van een groot meer bij Champcommeau. De restanten daarvan kunnen vandaag de dag nog worden gezien.

De oude spoorlijn.
U volgt de oude spoorlijn tot het station van Alligny in zicht komt (het bevat een plakkaat op de achterzijde). Op 4 augustus 1901 is de Corbigny-Orroux spoorlijn geopend, en werd uitgebreid tot Alligny op 2 december van dat jaar. In juli 1903 is de lijn tussen Alligny en Saulieu geopend. Deze lijn was bestemd voor een grote en belangrijke regio, en moest met twee andere belangrijke lijnen kruisen, waarmee er steeds meer verkeer kwam voor de stations van Corbigny en Saulieu. De laatste reis van de spoorlijn vond plaats op 15 maart 1939, daar het wegtransport te veel concurrentie bood.

De voormalige pastorie.
In de 16de eeuw, besloten de priesters, die aan de genade van de oorlogstroepen waren overgeleverd, een pastorie te bouwen nabij het feodale kasteel. Zij bleven daar tot het begin van de 20ste eeuw, de tijd waarin de staat van de kerk werd gescheiden. De stad heeft het gebouw verkocht in 1910.


GiteRental Homepage.  The gîte at Reglois.  The gîte at Palaizot.  The gîte at Valouze.  The Morvan Homepage.